Wikia


Jeong Jeongs leerling is het verhaal van de vuurmeester Jeong Jeong, de grootste deserteur van de Vuurnatie, en zijn leerling tegen wil en dank Azelia, een boerendochter met een onvoorwaardelijke liefde voor vuur. Wanneer Jeong Jeong haar echter niets meer kan leren trekt ze alleen de wereld in.

Terwijl Azelia haar blik op de toekomst richt en haar droom ziet uitkomen, wordt de oude deserteur achtervolgd door het verleden. Hun paden branden, roken, sidderen en vlammen, maar zullen ze elkaar nog eens kruisen?

Jeong Jeongs leerling: Wederdienst (extra)
Piandao
Een wederdienst als dank
Algemeen
Maker: mvs109
Genre: Oorlog
Land/Taal: Nederlands

HuzahrEdit

Geroep en geduw. Studenten wurmden zich langs elkaar heen voor de beste plaatsen. Jeong Jeong stond vlakbij toen de ellende was begonnen en kon door de dringende menigte niet meer weg. De oorzaak van de commotie waren twee jongemannen van de militaire academie die met elkaar op de vuist waren gegaan.

De ene was Huzahr, een lid van de koninklijke familie die zijn onschendbaarheid al meerdere malen had gebruikt om zijn agressie kwijt te raken aan wat ongelukkige medestudenten. Zijn lange, zwarte haren hingen vormeloos om zijn gezicht heen.

Zijn melkwitte huid was ontsierd door littekens door eerdere gevechten en nu, een rake zwaardhouw van zijn tegenstanders. Met zijn flikkerende ogen en sadistische glimlach was Huzahr een angstaanjagende tegenstander en die angst was duidelijk te zien op het gezicht van de zwaardvechter die tegenover hem stond.

De jongeman had geen schijn van kans. Hij was misschien snel, maar niet sneller dan Huzahr. In kracht was hij geen partij voor zijn tegenstander, hetzelfde gold voor stamina. Daarbij droop de vermoeidheid van zijn gezicht af door het continu ontwijken van de vlammenzeeën die naar hem gestuurd werden.

De kleren van de niet-stuurder waren geschroeid, zijn armen waren verbrand en zijn blik wanhopig. Van de menigte viel geen hulp te verwachten.

Jeong Jeong walgde van de oneerlijke strijd, maar als deze niet-stuurder zich niet staande kon houden tegenover een pestkop, hoe wilde hij dan ooit de oorlog overleven?

Hij sloot zijn ogen niet toen Huzahr het zwaard te pakken kreeg en het buiten bereik van de niet-stuurder wierp om vervolgens ongenadig om de jongeman in te slaan. Er klonk een harde knak. De jongeman schreeuwde om vervolgens door Huzahr met een klap tegen het hoofd op de grond te zakken.

Om de vernedering compleet te maken, scheurde Huzahr de kleren van zijn tegenstander en hield hem in de lucht als een lappenpop. De niet-stuurder was al niet meer bij bewustzijn om het te merken.

De lol ging er al snel vanaf toen Huzahrs tegenstander niet langer meer reageerde. Hij werd op de grond geworpen en de menigte ging uiteen. Jeong Jeong zag de ordebewakers tussen de mensen lopen, maar zij zouden waarschijnlijk hetzelfde gedacht hebben als Jeong Jeong zelf.

Deze niet-stuurder zou het nog geen dag aan het front overleven.

Twee ziekenbroeders kwamen er al aan met een brancard. Jeong Jeong liep naar hen toe om te kijken of hij ze kon helpen. De jongeman was er slecht aan toe. Zijn arm was gebroken, zijn ribben waarschijnlijk ook, zijn gezicht was een puinhoop van bloed en modder, maar hij ademde tenminste nog.

'Hij weer?' zei de ziekenbroeder tegen zijn collega.

'U kent hem?' vroeg Jeong Jeong.

'Ja, jongeheer Jeong Jeong. Deze hier heeft praktisch een abonnement bij het hospitaal. Huzahr moet hem telkens hebben,' antwoordde de ziekenbroeder. 'Als het zo doorgaat, is hij invalide voor hij ooit in het leger komt.'

'Wat is zijn naam?'

'Piandao,' zei de andere ziekenbroeder. 'Zou u ons even willen helpen, jongeheer Jeong Jeong?'

Met vereende krachten tilden ze Piandao op de brancard en brachten hem naar het hospitaal waar de dienstdoende arts de komst van de niet-stuurder met dezelfde blik beantwoordde als de ziekenbroeders. Voor Jeong Jeong viel er weinig meer te doen. Hij moest zich nog haasten voor zijn volgende les wilde hij niet te laat komen.

NieuwEdit

Het plafond van het hospitaal was al bijna vertrouwelijker geworden dan het plafond van zijn eigen kamer. Piandao werd wakker met een zucht voor hij zich van de pijn bewust werd. Lee Ly, zijn mentor, zat naast hem. Ze was rustig een boek aan het lezen tot ze merkte dat haar leerling wakker was.

'Ah, Piandao. Hoe voel je je?' zei ze op haar eeuwige luchtige toon. Piandao kreunde, maar wist er een glimlach uit te persen. Lee Ly glimlachte terug.

'Kan je je nog iets herinneren?' vroeg ze.

'Ja,' zei Piandao. 'Alles.'

Ze streek een keer voorzichtig door zijn haren heen voor ze de arts waarschuwde. Een paar dagen later mocht Piandao het hospitaal verlaten. Met een tal van pijnstillers ging het wel, maar zijn arm en ribben vielen niet te negeren.

In overleg met de staf werd er besloten dat Piandao en Huzahr elkaar maar even niet meer tegen moesten komen. Voor Piandao betekende dat, dat hij de bekende gezichten van zijn barak moest achterlaten en ergens bij een ouderejaars moest gaan wonen. Hij voelde zich er gemengd onder.

Nu had hij nog een eigen kamer, omdat geen van de adelijke jongens hier bij een "boer" wilden liggen. Piandao was benieuwd wie Lee Ly zo gek had gekregen om een kamer met hem te delen. Zeker na die publieke vernedering. Ach ja, eerst maar eens het hospitaal uit. Zijn spullen waren al naar zijn nieuwe kamer gebracht.

Het enige wat restte was de pijn verbijten en zijn mentor volgen naar zijn nieuwe onderkomen. Het bleek helemaal aan de rand van de campus te liggen. In de eerste situatie was Piandao verbaasd. Dit had net zo goed het tuinhuis van de academie kunnen zijn. In plaats daarvan schenen er acht studenten te wonen, twee op iedere kamer. 

Dat vertelde Lee Ly tenminste. Ze ging hem voor het studentenhuis in. Piandao kreeg geen kans om rond te kijken. Zijn mentor liep direct de trap op en ging een kamer binnen waar de deur op een kier stond. 

'Jeong Jeong?' zei de vrouw.

Piandao keek nieuwsgierig rond. Een kleine huiskamer met weinig, maar wel dure meubels. Het was er vrij rommelig. Overal lagen boeken en papieren. Een blik op de titels zei Piandao genoeg: zijn kamergenoot was de zoon van een groot militair man.

Maar ook Piandao's eigen spullen stonden tussen de rotzooi, alhoewel ze netjes waren neergezet en duidelijk verder met rust waren gelaten. Zijn zwaard zag hij echter niet. Huzahr had het gehouden. Lee Ly had nog gezegd dat ze zou proberen het terug te krijgen, maar blijkbaar zonder succes.

'Goedemiddag.'

Zowel Lee Ly als Piandao schrokken van de plotseling van de jongeman die nonchalant in de deuropening naar het balkon leunde. Hij had zwart, piekend haar, een vrij bruine huid en een paar harde gouden ogen. Hij droeg het schooluniform al was dat op een vrije dag een beetje een vreemd gezicht. 

'Jeong Jeong, dit is Piandao. Piandao, Jeong Jeong,' stelde Lee Ly de twee aan elkaar voor. De jongemannen schudden elkaar de hand.

'Ik had thee klaarstaan op het balkon,' zei Jeong Jeong. 'Ook voor u, meesteres Lee Ly.'

'Bedankt, Jeong Jeong, maar ik moet weer gaan. Er is nog een trainingssessie die ik in goede banen moet leiden,' zei ze en met een zwierige zwaai verliet ze de kamer.

'Aardige vrouw,' merkte Jeong Jeong op. Piandao knikte.

'Hoe is ze als mentor?'

'Streng tijdens de lessen, los in haar vrije uren.'

'Wil je thee?'

'Lekker.'

'Ik zal het hier neerzetten. Je ribben waren gebroken, nietwaar? Op de bank zit het makkelijker.'

Deze jongeman met die harde gouden ogen...Piandao vond hem een rare. Zijn vriendelijkheid leek meer op een aangeleerd trucje, dan op een oprechte actie om het zijn nieuwe kamergenoot wat gemakkelijker te maken.

In het koetjes-en-kalfjesgesprek dat volgde kwam Piandao er achter dat Jeong Jeong afstamde uit een familie succesvolle krijgsheren- en dames. De familie Ong was aardig berucht als het ging om het aanvoeren van strafexpedities.

In Sozins tijd had Jeong Jeongs grootmoeder, Jeonga, het opperbevel gehad voor het reinigen van de Westelijke Luchttempel. Jeong Jeongs grootvader, Ly Wong, was admiraal geweest die de eerste slagen tegen de Zuidelijke Waterstam had geleverd. Tazur, Jeong Jeongs vader, was als generaal in het Aarderijk actief.

Piandao kende de verhalen ook en moest even aan het idee wennen dat hij nu met de volgende generatie Ong zijn kamer deelde. Hoe zou die glansrijke geschiedenis deze jongeman beïnvloeden?

'Ik heb nog een oudere broer,' vertelde Jeong Jeong. 'En een neefje.'

'Ik heb vier oudere broers, twee oudere zussen en zes zusjes,' zei Piandao lachend. 'Al mijn broers zitten al in het leger.'

'Hebben zij ook op de militaire academy gezeten?' vroeg Jeong Jeong.

'Nee, als enige niet-stuurder in het gezin deden mijn ouders me in de leer bij een wapensmid. Hij ontdekte mijn talent voor het zwaard en deed een aanbeveling bij meesteres Lee Ly. Jammer genoeg heb ik niet genoeg talent in huis om die verwende prins Huzahr op afstand te houden.'

Piandao keek met een zijdelingse blik naar Jeong Jeong, benieuwd hoe gesteld hij op het koningshuis was, maar Jeong Jeongs gezicht vertoonde geen enkele emotie.

‘Ik heb je nooit zien zwaardvechten, maar als Lee Ly bereid is het voor je op te nemen, zal je in ieder geval beter zijn dan de gemiddelde zwaardvechter,’ zei Jeong Jeong.

Ditmaal klonk het Piandao wel oprecht in de oren. Hij schonk zijn kamergenoot een warme glimlach, maar er kon geen grijs vanaf. Het gesprek viel stil tot de thee op was. Toen gaf Jeong Jeong Piandao een snelle rondleiding door het huis en stelde hem voor aan de andere huisgenoten.

Beneden was een kleine woonkamer waar twee dames aan het studeren waren. Schijnbaar, vertelde Jeong Jeong, omdat hun kamer een te grote zooi was om te werken. Ze bewoonden de kamer links van de ingang. Rechts van de ingang bij de trap zat de kamer van twee jongens die op het terras aan het sparren waren.

Het was een tweeling en de zonen van een vooraanstaande handelsfamilie van de zuidelijke Vuurnatie-eilanden. Ze begroeten Jeong Jeong met een respectvolle buiging en een grijns op hun gezicht wat hij beantwoordde met een twee-tegen-een sparwedstrijdje.

De buren van Piandao en Jeong Jeong schenen ook twee vrouwen te zijn, maar zij schenen nauwelijks thuis te zijn. Met z'n achten vormden ze de bewoners van de Ky-Lin accomodatie. Op Piandao na waren ze allemaal hooggeboren, rijk en het een roemvolle toekomst in het verschiet.

Allen schenen zij Piandao van naam of van verhaal te kennen, maar geen van hen noemden Huzahr of schenen allerminst iets te geven om zijn wat armere afkomst. Ze leken zelfs geïntrigeerd over hoe hij hier gekomen was en zich hier staande kon houden.

In de weken daarop bewezen Piandao's huisgenoten meerdere malen dat ze het beste met hem voor hadden. Als hij te veel pijn had, haalden ze medicijnen en eten voor hem en meerdere malen hadden ze Huzahr de deur gewezen.

Voornamelijk Jeong Jeong scheen aardig wat gezag te hebben. Voldoende om de prins op afstand te houden in ieder geval. Piandao voelde alsof hij was thuisgekomen.

Terug in de lesbanken bedankte de zwaardvechter meesteres Lee Ly uitbundig over haar beslissing hem bij Jeong Jeong te plaatsen. Piandao had nieuwe vrienden gekregen en hij was nog nooit zo gelukkig geweest in zijn leven.

SmedenEdit

Er was inmiddels een halfjaar verstreken. Piandao was volledig hersteld en trainde nu weer volop. Onder het kritische oog van Lee Ly werd hij elke dag beter. De uurtjes in de avond besteedde hij vaak met Jeong Jeong en de andere huisgenoten op het terras wanneer het ze niet was toegestaan om de stad in te gaan.

Piandao trainde nog maar zelden alleen. Meestal ging Jeong Jeong met hem mee om hem wat oefening tegen stuurders te geven. Het werkte in ieder geval wel al besefte dat Piandao nog een heel eind had te gaan wilde hij Jeong Jeong ooit verslaan en de vuurstuurder had akelig veel talent.

Na een korte vakantie waarin Piandao zijn familie en de smid had bezocht, kwam hij laat op de avond thuis. De zwaardvechter deed net de deur achter zich dicht toen hij zich bewust werd van de jonge vrouw die over de salontafel gebogen thee inschonk, spiernaakt.

'Jeong Jeong!' riep Piandao met moeite wegkijkend van de bloedmooie dame. 'Laat je gasten zich aankleden als je je kamergenoot thuis verwacht!'

'Dat is mijn verloofde,' klonk uit de slaapkamer. 'En ik had haar gewaarschuwd.'

'Dat had je niet!' zei de vrouw. 'Ook thee, Piandao?'

'U kent mijn naam?' vroeg de zwaardvechter verbaasd.

Ondertussen liep hij naar de slaapkamer waar hij de badjas van Jeong Jeong greep en die, al wegkijkend, aan de vrouw aanbood. Ze riep Jeong Jeong om zich aan te kleden en op het balkon wat te drinken.

'Jeong Jeong heeft het vaak over je,' beantwoordde ze Piandao's vraag.

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Around Wikia's network

Random Wiki