Wikia


Het zindert, het rook, het kookt. Als Azula haar vuursturen verliest aan de Avatar kan ze nog maar aan één ding denken: op een dag zal ze wraak nemen. Maar de ijskoude prinses heeft alles verloren en dreigt ook haar leven te verliezen als ze niet snel bondgenoten vind. Azula wordt gedwongen beslissingen te nemen waarvan zij zelfs walgt, maar ze heeft alles voor haar wraak over.

IJzig Vuur is een samenwerking tussen de makers van de legende van Zaang en Jeong Jeongs leerling.

IJzig Vuur: Huis van gezichten is een extra deel verbonden met de fanon zelf. De rede dat dit niet direct in de fanon staat, is omdat het verhaal anders te veel uit zou lopen.

IJzig Vuur: Huis van gezichten (extra)
Elykha
Geen geheim is veilig
Algemeen
Maker: mvs109, nvdaang
Genre: avontuur, spanning
Land/Taal: nederlands

Wat vooraf gingEdit

Azula's behoefte aan wat rust en privacy om haar heen groeit met de dag. Als Chan en de kinderen dan ook een weekendje naar hun grootouders gaan, biedt Amon Azula dan ook aan om het weekend bij hem thuis door te bregen, op voorwaarde dat ze een keer iets blauws aantrekt.

Aangezien Amon toch het hele weekend met de vliegtuigbasis bezig is en Azula toch een eigen slaap- en badkamer krijgt, gaat ze op het voorstel in. Een weekendje vrij verdient iedereen wel eens.

De blauwe jurkEdit

Na heel veel moeite had Azula eindelijk iedereen het huis uit gekregen; haar man, haar kinderen en het vervelende mens van op de hoek. Blij toe dat ze voor een weekend geen driedubbelleven had, ging ze haar spullen pakken.

Terwijl ze haar kleren in een koffer stopte, besefte ze dat ze helemaal geen blauwe kleding had. Meestal droeg ze grijsgroen of groen, een kleur die ze verschrikkelijk vond, maar Chan stond haar geen vuurnatiekledij toe. Over blauw had hij echter nooit iets gezegd.

Met een glimlach op haar lippen liet Azula de koffer voor wat het was, pakte wat geld en ging de stad in op zoek naar wat blauwe kleren. Dat was echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Dankzij de equalisten waren veel stuurders, waaronder ook waterstuurders, de stad uitgevlucht en dat was duidelijk te merken in het aanbod van kledingzaken.

Uiteindelijk vond Azula toch nog wat ze zocht. Of liever gezegd: wat Amon wilde. In een winkeltje waar ze al jaren kwam, vond ze een kobaltblauwe jurk met goudstiksel bij de hals. Zichzelf van alle kanten in de spiegel bekijkend besloot Azula tevreden dat dit best wel kon van Chans geld.

‘Goeie genade, de meeste vrouwen worden lelijker naarmate ze ouder worden, maar volgens mij wordt u alleen maar mooier,’ zei de winkeleigenaresse die Azula wel kende. Ze trok de plooien van de jurk recht.

‘Ik gok u op vijfentwintig,’ zei de winkeleigenaresse. Azula lachte.

‘Mis, dertig jaar,’ zei ze, stiekem blij dat ze iets positiefs over haar uiterlijk hoorde.

‘Dat meent u niet! Ik denk, doe er nog maar drie jaar bij tellen, maar dertig had ik nooit verwacht. Mevrouw Mei-Lan, als u negentig bent, wint u met gemak een missverkiezing!’

‘En aan de jurk zou ik niets meer doen. De stof valt door zijn eigenschappen precies op de juiste plaats waardoor uw vormen mooi geaccentueerd worden. Deze jurk is simpel, maar elegant en heeft geen verfraaiingen meer nodig. Hooguit wat gouden oorknopjes.’

‘Het lijkt mij dat een wat grote gouden ketting ook mooi zou staan bij deze jurk,’ merkte Azula op.

‘Zeer zeker, als men zich dat kan permitteren,’ zei de winkeleigenaresse. Azula kleedde zich om en rekende de jurk af. Hierin zag Amon haar niet aankomen.

ElykhaEdit

Amon zag haar sowieso niet aankomen. Hij was druk is gesprek met Hiroshi en zag haar pas toen ze praktisch naast hem stond. Amon kapte het gesprek met de miljonair af, gaf de luitenant de laatste orders en opende toen de portier van het busje.

Ze reden door de donkere nacht zwijgend tussen de bergtoppen door. Elk gevoel voor richting verliezend keek Azula naar de zoveelste besneeuwde berg, terwijl de wolken de komst van nog meer witte neerslag voorspelden.

‘Dat huis van jou, weet iemand daar van?’ vroeg Azula na een halfuur reizen.

‘Op vier mensen na weet niemand van het bestaan af en die vier zijn ik, mijn oudtante, de luitenant en jij.’

‘Je komt er maar weinig of niet?’

‘Vroeger meer dan tegenwoordig. Het is een fijn huis, maar het ligt te afgelegen om in te grijpen als er problemen in Republiek Stad zijn,’ zei Amon, terwijl de bus een beetje over het ijs slipte.

Een halfuur later wees Amon het huis aan. Het was tegen een bergwand aangeplakt en nauwelijks te zien, maar het lag ook in een niemandsland. Dit huis was een ideale schuilplaats voor mensen die iets te verbergen hadden.

Hoewel de kou buiten vreselijk was, was het binnen een stuk aangenamer. In het huis waren geen grote ramen te vinden en de keuken waar Amon en Azula te vinden waren, was gemaakt van een grijsblauw gesteente dat koud en schoon was.

Er klonk wat geschuifel in de gang. Een vrouw van een jaar of vijftig à zestig liep de keuken in. Ze keek eerst naar Amon en haar blik verraadde direct aan Azula welke band zij met elkaar hadden. Amon had in ieder geval gelogen.

‘Dit is Mei-Lan. Ze blijft hier dit weekend,’ zei Amon kortaf. In zijn handen blazend ging hij op zoek naar de theepot.

‘Ah, u moet de moeder van Noatak zijn. Hij is helaas vrij gesloten over zijn privéleven, maar de gelijkenis is direct te zien.’

Achter Azula viel een mok kapot. De vrouw lachte. Haar lach was fijn om te horen, plezierig, maar bescheiden. En ook een tikkeltje plagerig.

‘Je had gelijk, No, toen je zei dat je maar weinig voor juffrouw Mei-Lan kon verbergen,’ zei de vrouw. ‘Laat ik mezelf even voorstellen. Ik ben Elykha en ik ben inderdaad de moeder van Noatak.’

Elykha was trots op haar zoon, zag Azula. Oprecht trots zoals alle moeder, behalve zijzelf, trots waren op hun kinderen. Het was duidelijk dat ze geen equalist was, in ieder geval geen fanatieke, maar ze stond achter haar zoon.

‘Ik ben blij dat ik hem weer terug heb,’ fluisterde Elykha tegen Azula. ‘Het blijft tenslotte je kind.’

Terwijl Amon morrend de scherven van de mok bij elkaar raapte, wisselden de vrouwe een blik van verstandhouding.

‘Laat mij die thee maar zetten, Amon,’ zei Elykha. Ze viste de laatste scherven van de grond.

‘Mag je je zoon niet eens bij zijn eigen naam noemen?’ vroeg Azula enigszins verwonderd.

‘Ach, er komen regelmatig equalisten over de vloer, dus ik heb het mezelf aangeleerd om hem gewoon Amon te noemen, is het niet No?’ zei Elykha plagerig en ze trok de capuchon van Amon naar achteren.

‘Laat dat, mam. Ik moet zo weg,’ zei hij chagrijnig. Hij nam een paar slokken van de lauwe thee en liep toen de keuken uit.

De twee vrouwen gingen giechelend aan de keukentafel zitten. Azula mocht Elykha wel. Ze mocht haar oprecht. Ze was de vriendelijkheid zelve, maar dat weerhield haar niet om haar oudste zoon te plagen ondanks zijn reputatie.

Blij met wat aanspreekbaar vrouwelijk gezelschap kletsten de twee de halve nacht. Daarna bracht Elykha Azula naar haar kamer. Zelf ging ze ook naar bed.

Liggend op het zachte bed staarde Azula naar het plafond. De zorgen werden uit haar hoofd verdreven. Wat een heerlijk huis was dit. Nee, een thuis was dit. De luitenant woonde hier eigenlijk ook, had Azula begrepen, maar de sfeer hier was zo vertrouwd.

Misschien zou zij hier op een dag ook mogen komen wonen, vrij en zichzelf. Gewoon weer Azula en niet Mei-Lan. Dit huis zat vol met geheimen, maar Azula had geen zin om die geheimen uit te pluizen. Om een of andere rede verdiende dit huis het niet om opgebroken te worden. Te veel pijn hadden de gezichten die hier kwamen gezien. Nu had ze een vredige thuishaven gevonden. Ook Azula.

GezichtEdit

De volgende ochtend stond het ontbijt al op tafel toen Azula naar beneden kwam. Amon zat ook aan tafel. Zo te zien had hij een lange nacht achter de rug. Hij zat onderuitgezakt op zijn stoel en het masker lag nog met sneeuw en al op tafel.

‘Toast, lieverd?’ vroeg Elykha aan haar zoon.

‘En koffie, alsjeblieft,’ was het antwoord. Azula glimlachte. Die twee hadden een prima relatie.

‘Wanneer komt je luit weer een keer langs?’ vroeg Elykha toen ze allemaal aan tafel zaten.

‘Niet snel. Je weet dat hij een hekel heeft aan reizen, zeker in de winter,’ antwoordde Amon en hij geeuwde.

‘En ik heb hem nodig voor de voorbereidingen voor de eindstrijd. Ik wil Republiek Stad nog deze winter egaliseren,’ zei Amon en hij schoof lusteloos zijn ei heen en weer op het bord.

‘Als kind speelde je ook altijd met je eten,’ wisselde Elykha tactisch van onderwerp. Ze wilde liever niet al te veel horen over de strijd in Republiek Stad. Zolang haar kinderen er maar levend uitkwamen, vond ze het goed.

‘Wil je nog koffie, Mei-Lan?’ vroeg Elykha.

‘Graag,’ zei Azula en ze gaf Elykha haar mok.

‘Ik duik mijn bed maar eens in,’ besloot Amon.

‘Doe dat, lieverd. Moet ik je om een bepaalde tijd wakker maken?’

‘Mam, elke stuurder in Republiek Stad vreest me, dus is het nodig om me “lieverd” te noemen?’

‘Gun me toch iets. Ik mag je ook al geen Noatak of No noemen,’ zei Elykha. Dat argument sneed hout. Amon zuchtte en liep maar weg van de twee vrouwen aan de keukentafel.

‘Speelt u het spel altijd zo?’ vroeg Azula grinnikend.

‘Altijd. Ik ben zijn moeder. Ik mag dat,’ zei Elykha met een knipoog. ‘Ik hoorde dat je trouwens blauwe kleren van hem aan moest trekken.’

‘Ja, klopt, maar ik heb geen idee waarom.’ Elykha haalde in onwetendheid haar schouders op.

‘Ik moet eigenlijk een keer naar de kapper toe,’ zei Azula tegen niemand in het bijzonder. Ze ging met haar vingers door haar dode haar heen. Het was tenminste een opluchting dat ze nog niet grijs werd met al die zorgen.

‘Als het mag wil ik je haren wel doen. Met al die mannen om me heen had ik mijn handen vol.’

Azula ging een beetje onwennig op de stoel zitten en liet Elykha haar haren knippen.

‘Draag je je haar meestal los of opgestoken?’

‘Opgestoken,’ zei Azula. De schaar knipte een tijd lang. Vingers gingen door Azula’s haren heen en zette de onwillige plukken netjes vast. Na een halfuurtje was Elykha klaar. Azula keek in de spiegel. Wat ze zag benam haar de adem. Na jaren onderdrukking bij Chan had ze nog maar amper haar eigen spiegelbeeld gezien, maar nu zag ze zichzelf weer na lange tijd en ze was amper veranderd.

Elykha had haar haar bijna net zo opgestoken als Azula vroeger door haar hofdames had laten doen. Ze had alleen geen topknot meer, maar een ingevlochten knotje op haar achterhoofd.

‘Het is lang geleden dat je jezelf mooi hebt gevonden of niet, Mei-Lan?’ zei Elykha serieus. Azula knikte. Ze bleef in de spiegel kijken. Links achter haar zag ze Amons moeder staan.

En toen zag ze plotseling haar eigen moeder staan rechts achter haar. Azula verbleekte.

‘Geen enkele moeder kan zich zo’n mooie dochter wensen zoals jij, Azula.’

Een oude wond werd opengereten. De pijn kwam onverwachts en keihard aan.

Azula gilde, smeet de borstel tegen de spiegel aan en viel achterover. Elykha ving haar op.

‘Wat is er, kindje? Wat zag je?’ vroeg Elykha zachtjes. Ze was niet een boos of verwonderd. Ze begreep zoals alleen goede moeders konden.

‘Mijn moeder,’ bracht Azula hees uit. Tot haar eigen schaamte voelde ze dat ze haar tranen niet kon bedwingen. Ze verborg haar gezicht in haar handen. Elykha zuchtte en nam haar in een warme omhelzing. Azula liet haar tranen lopen. Ze was doodmoe van het vechten.

‘Ik zal er voor je zijn,’ fluisterde Elykha.

Harde voetstappen klonken door de gang en kwamen de keuken in.

Amon, die de gil en het breken van de spiegel boven gehoord had, had zich in een paar tellen omgekleed. Vrezend dat een of andere stuurder zijn huis was binnengedrongen en zijn moeder en Mei-Lan iets had aangedaan, was hij naar de keuken gestormd.

‘Wat is hier aan de hand?’ vroeg hij verbaasd over de werkelijke situatie. Spiegel in duizend stukken, Mei-Lan in tranen (dat was wel het laatste dat hij verwacht had) en zijn moeder met haar zittend op de grond.

‘Niet nu,’ las Amon de lippen van zijn moeder af.

‘Wat is er aan de hand?’ trotseerde Amon zijn moeders gezag.

‘Masker, Noatak!’ siste zijn moeder hem toe. Amon zette zijn masker af en hurkte neer bij de twee vrouwen.

‘Mei-Lan, gaat alles goed?’ Azula snikte luid. Waar had ze dit aan verdiend? Ze voelde hoe ze steeds lichter in haar hoofd werd. Haar geest werd vertroebeld door een stortvloed aan herinneringen die kwamen en gingen.

‘Wil je me op de bank leggen, Noa?’ vroeg Azula verward. Amon tilde haar voorzichtig op en droeg haar de keuken uit.

‘Dit is niet de bank, Noa.’

‘Nee,’ zei de equalist alleen maar. Hij legde haar neer op het bed.

‘Kan ik je ergens mee opvrolijken?’ vroeg Amon. Azula kreunde van de hoofdpijn.

‘Zo ken ik je helemaal niet, Noa.’

‘Nou, ik kan wel een standaard rotopmerking maken zoals ik wel vaker doe ik Republiek Stad, maar ik weet niet of je daar nu vrolijker van word,’ opperde Amon.

‘Doe toch maar. Dan weet ik tenminste dat niet iedereen gek is geworden.’

Amon dacht eventjes na.

‘Mei-Lan, je hebt de hele ochtend de tijd gehad om iets aan je uiterlijk te doen en alsnog zie je er uit als een verzopen kat.’

Hij ontweek rakelings de uithaal van Azula en liep met een glimlach weg. Azula gunde zich een kwartiertje rust om bij te komen. Nog nooit eerder had Azula zo heftig gereageerd op een gebeurtenis.

Het moest door het huis komen, dacht ze. In dit huis kon je jezelf en een ander tegelijkertijd zijn. Hier kon je verschillende gezichten dragen.

TriviaEdit

  • Mochten er mensen zijn die dit boek uitgebreider zouden willen zien, laat dan even een berichtje achter bij de makers of gewoon hieronder.

Ad blocker interference detected!


Wikia is a free-to-use site that makes money from advertising. We have a modified experience for viewers using ad blockers

Wikia is not accessible if you’ve made further modifications. Remove the custom ad blocker rule(s) and the page will load as expected.

Around Wikia's network

Random Wiki